Spelregels in het kort

Floorball is een gemakkelijk en snel te leren sport, voor jong en oud. Door het kleine aantal regels is floorball intensief, dynamisch en attractief.

Hieronder vind je een kort overzicht van de belangrijkste spelregels om direct te kunnen beginnen met een wedstrijdje. Deze regels zijn goed bruikbaar op school, buiten of als je net begint.

 Wat mag wel? Wat mag niet? 
  • de bal met beide kanten van je stick spelen
  • de bal met je lichaam stoppen
  • de bal met je voeten passen
  • de bal met je lichaam beschermen (afhouden)
  • buitenspel staan (er bestaat geen buitenspel)
  • vanaf overal scoren
  • de bal via de boarding spelen
  • de bal achter het doel langs spelen
  • continue spelers doorwisselen terwijl het spel doorgaat
  • direct scoren vanuit een vrije slag of inslag
  • schouderduw in strijd om de bal
  • op de stick van de ander slaan
  • stick van de ander liften of blokkeren
  • de bal met je hoofd/armen/handen spelen
  • met je voeten scoren
  • hoge stickuitzwaai als er mensen in de buurt staan
  • de bal boven kniehoogte met de stick uit de lucht halen
  • liggend/zittend of springend de bal spelen
  • de stick tussen de benen van de ander plaatsen
  • als speler in het doelgebied komen
  • de tegenstander verhinderen te lopen waar hij wil (obstructie)
  • body checks


Grootveld: 40 bij 20 meter
Dit is de officiële, internationale variant. Elk team heeft 1 goalie en 5 veldspelers op het veld (daarnaast is een minimum van 5 wisselspelers zeer raadzaam om snel en vaak door te kunnen wisselen). Er wordt gespeeld met grote goals (115 cm hoog en 160 cm breed), welke in het veld staan, zodat er ruimte is om de bal achter het goal langs te spelen. Voor het goal is een klein doelgebied waar alleen de keeper mag komen; tevens is er een groter keepersgebied, waar de keeper niet buiten mag komen.
Kleinveld (unihockey): 15 bij 27 meter (met kinderen voldoet een gymzaal ook prima)
In sommige langen, inclusief Nederland, wordt ook in deze variant een officiële competitie gespeeld. Elk team bestaat uit 4 veldspelers zonder keeper. Er wordt gespeeld met met kleine goals (60 cm hoog en 90 cm breed), welke in het veld staan, zodat er ruimte is om de bal achter het goal langs te spelen. Voor het goal is een klein doelgebied, waar niemand in mag komen. 


Zwitserse variant: ± 15 bij 27 meter
Dit is een kruising tussen grootveld en kleinveld. De afmetingen zijn die van kleinveld, maar er wordt gespeeld met grote goals. Elk team heeft 3 veldspelers en een goalie.
Dit zijn de officiële varianten, maar floorball leent zich uitermate goed om tussenvormen te spelen (bijvoorbeeld 3 tegen 3 of zelfs 2 tegen 2). De veldgrootte kan ook aangepast worden aan de doelgroep (hoe jonger de kinderen, hoe kleiner het veld kan zijn). Het beste kan floorball in de zaal (indoor) gespeeld worden. Hierdoor blijft de balsnelheid hoog, wat één van de belangrijkste factoren van de sport is. Eventueel kan uitgeweken worden naar bijvoorbeeld een betonnen buitenvloer of kunstgras.

De boarding
De velden worden omgeven door een boarding. Deze bestaat in het algemeen uit polyesterdelen van 2 meter lengte en 50 cm hoogte. Uiteraard kunnen ook banken, muren of andere materialen als veldafbakening worden gebruikt. Deze boarding speelt een belangrijke rol. Het spel wordt hierdoor sneller, want de bal gaat minder vaak uit en hij kan een functie vervullen bij passeeracties.

van:  http://www.nefub.nl/pages/default.asp?Subject_ID=245

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.